• Breed facilitair-schoonmaak overleg

    Breed facilitair-schoonmaak overleg

    Daarnaast heeft de bijeenkomst tot doel om de agenda’s voor 2024 onderling af te stemmen, te inventariseren welke thema’s nu en in 2024 bij elke organisatie centraal staan en welke onderwerpen wellicht gezamenlijk kunnen worden opgepakt.
    De organisatie van dit brede facilitaire schoonmaak-overleg is in handen van VSR en Facility Management Nederland. Daarnaast schuiven Schoonmakend Nederland, SIEV!, de Code Schoonmaak en de in VGFI georganiseerde adviseurs bij het overleg in Nieuwegein aan.
    In een volgende Nieuwsbrief komen we terug op wat de bijeenkomst voor VSR heeft opgeleverd.

  • Samen zorgen voor een schone school

    Samen zorgen voor een schone school

    Ruim 60 controleurs en inspecteurs kwamen dinsdag 3 oktober naar het BOVAGhuis in Bunnik, het verenigingsgebouw van BOVAG. Voorzitter van de VSR Commissie Kwaliteitszorg Dirk van Hedel (GOM) heette – als opvolger van Ad van Poppel – voor het eerst in deze rol de aanwezigen welkom. Daarna lichtte hij de naamswijziging toe van het dks. Het Dagelijks K(C)ontrole Systeem heet tegenwoordig namelijk het Dagelijks Kwaliteits Systeem. De reden: het systeem is er om grip te krijgen op het proces, en niet op controle. Klopt die K in dks ook gelijk weer.

    Schoonmaakkwaliteit in het basisonderwijs
    Het hoofdthema van de middag was het Indicatief Meetsysteem Primair Onderwijs (IMPO). Dit systeem bestaat al sinds 2000 en werd ontwikkeld in opdracht van het ministerie voor Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Dat zocht een hulpmiddel voor schooldirecteuren om objectiever in gesprek te gaan met de schoonmaakpartner. Het IMPO-model is dus bedoeld als hulpmiddel voor schooldirecteuren en schoonmaakbedrijven, en niet voor inspecteurs en controleurs. ‘En toch zitten we hier’, aldus Marjolein de Detter van Atir België. ‘Omdat we opnieuw aandacht willen geven aan het IMPO-model en het verschil met het VSR-DKS.’

    Hoe werkt het IMPO-model?
    Marjolein: ‘Het IMPO is een vertaling van de contractafspraken. Het is weliswaar afgeleid van VSR-systematiek, maar geeft slechts een indicatie van de schoonmaakkwaliteit. De resultaten geven input voor gesprek en verbeterafspraken. Voor een echt objectief oordeel over de schoonmaakkwaliteit, zou je daarnaast een VSR-DKS moeten uitvoeren.’
    Het IMPO-model bestaat uit 10 stappen:

    1. Schoonmaakprogramma lezen
    2. Grootte van de school bepalen (in aantal leerlingen)
    3. Aantal te controleren tel-elementen
    4. Tel-elementen
      • sanitaire ruimten: de toiletpot, het urinoir en de wasbak
      • verkeersruimten: de vloer (1 per ruimte)
      • leslokalen: aantal leerlingen inclusief docent
    5. Ruimten voor de steekproef kiezen
    6. De controle en te controleren elementen
    7. Noteren van fouten
    8. Indicatiewaarde per categorie bepalen
    9. Indicatie behaalde resultaat
    10. Acties; in gesprek, elkaar complimenteren, naar hoger niveau werken of verwachtingen opnieuw afstemmen

    Marjolein voegt eraan toe dat niet alleen het schoonmaakbedrijf taken heeft om de school schoon te houden: ‘Het IMPO-model gaat ook over taken van leerkrachten; zetten zij bijvoorbeeld elke dag de stoelen op tafel?’

    Of het model ook toepasbaar is in middelbaar onderwijs, vraagt een van de VSR-leden in de zaal. Marjolein legt uit dat het daar niet voor is bedoeld: ‘Het primair onderwijs onderscheidt zich van het middelbare onderwijs omdat een schooldirecteur zich eigenaar voelt van de school. Die is persoonlijk betrokken, dat zie je in middelbaar onderwijs niet.’

    Praktijkvragen
    Na de presentatie van Marjolein ging de groep uiteen in drie afzonderlijke groepen. De groepen bespraken onder leiding van VSR-DKS-experts Els Nys, Lydia Huizinga en Ineke Meijerink 15 vragen uit de praktijk, ingediend door inspecteurs en controleurs. Zoals ‘Kun je een VSR-KMS-controle met 2 personen lopen?’ (bijvoorbeeld als je iemand inwerkt)? Antwoord: Ja, maar er kan maar 1 persoon de daadwerkelijke controle uitvoeren. Ziet de 2e persoon een vervuiling, dan kun je die situatie ná de controle met elkaar bespreken, maar telt deze niet mee.

    Andere vraag: Kan bij een VSR-KMS-controle gebruik worden gemaakt van de blauwe lamp of van een spiegeltje? Antwoord: De controle vindt plaats in dezelfde omstandigheden als die de schoonmaakmedewerker ervaart. Die heeft niet de beschikking over hulpmiddelen als een blauwe lamp (bovendien, zo vult VSR-bestuurslid Freek Veneman aan, ‘niet alles wat oplicht is verwijderbaar.’). Een spiegeltje kan worden gebruikt voor de controle van een kalkrand van het toilet bij periodiek werk. Verder niet. Dat staat in de RAS-eindtermen.

    En zo bespraken de experts nog 13 vragen over de inhoud van het vak.

    Bitterballen
    Zet VSR-controleurs en inspecteurs bij elkaar en zij kunnen uren, zo niet: dagen, verhalen uitwisselen over vingertasten, randen en richels, en verkeersruimten. Daarin herkent men de echte vakspecialist. De meesten praatten na het officiële programma dan ook nog even door; in ‘Noord-Brabant’, het bruine café in het BOVAGhuis. Zoals over hospitality in restaurants. En over bitterballen. Daarna door wind en regen snel naar de auto en huiswaarts.

    De geactualiseerde documenten die betrekking hebben op IMPO worden binnenkort op de website van VSR geplaatst.

    Bron: VSR | Inga van Uchelen, freelance tekstschrijver/journalist voor VSR | INGA schrijft

  • Verstappen en Pérez racen in schoonmaakwagens in Singapore

    Verstappen en Pérez racen in schoonmaakwagens in Singapore

    Richting de GP in Singapore raceten Max Verstappen en Sergio Pérez in een opvallend vervoermiddel.
    De coureurs van Red Bull streden tegen elkaar in een schoonmaakwagen in het winkelcentrum van Changi Airport.

    Bekijk hier de video van nu.nl

    Bron: nu.nl

  • Terugblik VSR Zomerevent: ‘Wees nieuwsgierig naar het leven, elkaar en jezelf’

    Terugblik VSR Zomerevent: ‘Wees nieuwsgierig naar het leven, elkaar en jezelf’

    Van opleiding op de militaire academie, het als team op elkaar leren en kunnen vertrouwen tot en met het door de Taliban in Afghanistan neergeschoten worden als helikopterpilote. ‘Do’, zoals Dominique Schreinemachers in haar defensietijd werd genoemd, deelt tot in detail haar ervaringen met de gasten van het VSR Zomerevent. Tussendoor trekt zij vergelijkingen met het bedrijfsleven, waarmee zij haar publiek aanzet tot nadenken over het eigen handelen.

    Het handelen van VSR
    Voorafgaand aan de lezing van Do, heet voorzitter VSR Diane van Dijk-Loois de aanwezigen van harte welkom op de bijzondere locatie met het mooie programma. Om daarna direct over te gaan tot het handelen van de VSR. Wat speelt er op dit moment binnen de vereniging dat de missie van de schoonmaakbranche ondersteunt om beter, sneller, efficiënter en gezonder schoon te maken?

    Freek Veneman begint met een toelichting op het onderzoek naar kruisbesmetting bij het vouwen van microvezeldoeken. Hij warmt de zaal op om de uitkomsten thuis te testen met de microvezeldoek die ieder na afloop van het event krijgt.

    Meerdere onderzoeken en actualiteiten passeren daarna de revue met de toezegging dat relevante informatie met belangstellenden gedeeld zullen worden. Speciale aandacht is er voor de verkiezing van de Schoonmaker van het Jaar op 20 september 2023.

    Diane sluit de VSR-update af met een oproep aan de gasten om bij te dragen aan het delen van vakexpertise. ‘Wil je iets vertellen over jouw blik op schoonmaak of vakgebied? Laat het ons weten.”

    Wat is jouw missie?
    Gastspreker Dominique was één van de weinige vrouwelijke militaire vliegers van de Luchtmacht. Met roots bij het Militair museum: “We zijn hier op een bijzondere plek, hier deed ik mijn eerste vliegritjes, op dit platform ligt mijn hart”. Ze werd militair vanuit haar ideaalbeeld om veiligheid te creëren. Een ideaal waarvoor ze keihard bleek te moeten werken. Met indringende woorden, foto’s en filmbeelden zuigt Dominique de toehoorders haar leven als militair in. Ze vertelt hoe zij zich als vrouw staande wist te houden in een mannenwereld tijdens de meest uitdagende trainingen en missies.

    Vol spanning kijkt de zaal naar de filmregistratie van haar helikopter-crash tijdens de missie in Afghanistan in 2000, nadat ze is neergeschoten door de Taliban. Er klinkt een zucht van verlichting bij de onverwacht goede afloop na een risicovolle landing bij een Amerikaans kamp. “Je bent er nog, je stoft je af, krijgt een insigne en drinkt een alcoholvrij biertje”, deelt Dominique nuchter. De emoties kwamen pas toen haar team werd opgehaald door collega’s die in een tweede helikopter naast hen waren meegevlogen: “Dat doet enorm veel. Met goed gedreven mensen om je heen kun je alles aan. Met die club zou ik dolgraag blijven werken om anderen een veilig bestaan te geven”.

    Defensie versus bedrijfsleven
    Het verhaal van Dominique staat bol van vergelijkingen met het bedrijfsleven. Vanuit haar Boost academy inspireert zij tegenwoordig mensen door via verhalen anderen aan te zetten tot nadenken. Ze traint mensen op gedrag om sociaal gelukkiger te maken. Om de wereld een stukje beter maken. Belangrijke thema’s bij haar missie zijn: samenwerken, leiderschap, mentale en emotionele weerbaarheid en communicatie. Ze leert je op een andere manier kijken naar het leven, naar elkaar, naar je team en vooral naar jezelf.

    Dominique kan dit doen door haar eigen ‘lessons learned’ bij defensie waar je, zoals zij vertelt, tijdens de opleiding je identiteit afdoet en tot de grond toe afbreekt: “Eerst is er weerstand, steekt het ego de kop op, krijg je keiharde lessen in de natuur, in eenzaamheid, zonder eten of drinken, leef je in totale uitputting en met angst, maar daarna leer je vragen te stellen, commitment te geven en krijgen, weet je op je buddy’s te vertrouwen ook al ken je ze nog niet of zijn het niet jouw types, en dat stapje extra te zetten om elkaar te helpen. Want dan weet je dat een ander dat ook voor jou doet als je het nodig hebt.“

    Ontlading en verwondering
    De ontlading van het indrukwekkende relaas van Dominique kwam tijdens de rondleiding door het museum. Met belangstelling maakten de gasten de tour langs de militaire voertuigen en collecties. Om tot de ontdekking te komen dat zij deze, na de gehoorde ervaringen, toch met een andere blik bekeken dan daarvoor. Een drankje en hapje droegen bij aan de verwerking van alle informatie van de middag.

    Uiteenlopende reacties
    Bijzonder om te merken was dat bij bijna iedereen iets anders van de lezing was bijgebleven. Wat ieder op eigen wijze vertaalde naar de werksituatie. Enkele reacties:

    Robert Stelling (Interclean): “Mooi wat Dominique vertelde over de missie in Afghanistan. Dat het team iedere morgen een briefing had, als check of ieder teamlid okay is en voor 100% weet wat ie moet doen, met de vraag of hij/zij daarbij hulp nodig heeft. En aan het eind van de dag weer de gezamenlijke check of ieder de afspraken is nagekomen. Dat doen wij als team ook op weekbasis, de incheck op maandag en terugblik op vrijdag. Live of online, het hoeft niet lang te duren.”

    Robert de Brauwer (Werner & Mertz): “Dominique tipte de kleur rood van de gedragsstijlen aan. Die opmerking vertaal ik meteen naar het bedrijfsleven. Ook wij kijken naar de samenstelling van een team, om ieder te kunnen laten doen waar hij of zij goed in is. Of je nu ‘rood, geel, blauw of groen’ bent, als teamlid is ieder op zijn/haar eigen manier waardevol en vul je elkaar aan.”

    Leon Habraken (Schoonmaak Nederland) vond de middag: “Indrukwekkend. Vooral de uitspraak ‘informeren om te motiveren’ is bij mij blijven hangen. Dat moet je altijd blijven doen om betrokkenheid te behouden.”

    Bert Schulting (Diversey): “Het was een bijzonder inspirerend verhaal van Dominique. Ze vertelt over haar drijfveren om te doen wat ze doet. Daar ben ik ook altijd nieuwsgierig naar. Waarom doe je iets. Wij werken bijvoorbeeld in de ‘chemie’, dat is een keuze maar daar zit voor ons ook een verhaal achter. Voor ons persoonlijk en als onderdeel van een organisatie met een doel een bijdrage te leveren.”

    Missie geslaagd
    Het zomerevent eindigt in de wetenschap dat de missie van VSR voor het realiseren van een inspirerend zomerevent en die van Dominique om mensen anders te leren kijken, zijn geslaagd.

    Op naar het volgende event.

  • Blog Diane van Dijk: De impact van AI op de schoonmaakbranche

    Blog Diane van Dijk: De impact van AI op de schoonmaakbranche

    Ja, mits…
    Efficiëntere planning en routing was het 1e punt op ChatGPT’s lijstje. Daar ben ik het gedeeltelijk mee eens. Om op onverwachte zaken te kunnen anticiperen blijft menselijk inzicht, beoordeling en flexibiliteit nodig. En schoonmaakwerk zit eigenlijk altijd vol verrassingen.

    Afvaller
    Ronduit oneens ben ik het met Chat GPT’s punt “Verbeterde klantenservice door chatbots en virtuele assistenten”. Veel klanten hebben de FAQ’s al volledig uitgepluisd voordat ze gaan bellen. Ik vind het zelfs klantonvriendelijk als je dan een onpersoonlijke en ergerniswekkende chatbot als gesprekspartner krijgt. Een klant die contact zoekt is juist een prachtige kans voor hospitality. Die verdient een menselijke medewerker die de vraag efficiënt, vriendelijk en op maat oplost. Bovendien worden bedrijven die persoonlijk contact hebben met klanten veelal hoger gewaardeerd!

    Vraagtekens
    Milieuvriendelijkere benaderingen” was punt 6. Dit zie ik niet direct voor me. Hoe moet ik dit concreet zien? Gebeurt dit al? Kennen jullie voorbeelden?

    Volgens Chat GPT kan AI ook worden gebruikt om digitale trainingsprogramma’s te ontwikkelen voor schoonmaakpersoneel, waardoor ze effectiever en sneller kunnen worden opgeleid. Op mijn vraag hoe het dat precies bedoelde, kwam het met een heel verhaal met weer meerdere punten. Eén van die punten was real-time feedback door AI… Dit zag ik niet voor me, dus vroeg ik daarop door. ChatGPT krabbelde vervolgens terug met een lang en vaag antwoord. Niet erg overtuigend! Uiteraard gaf ChatGPT hierbij een disclaimer: dat AI geen directe menselijke feedback vervangt, maar een hulpmiddel is.

    Goed punt
    Met twee punten was ik het eens met ChatGPT. Voorspellend onderhoud en kwaliteitscontrole met sensoring. Het noemde de mogelijkheden om de kwaliteit van schoonmaakwerk te controleren door beelden te analyseren en te vergelijken met normen en verwachtingen. Bijvoorbeeld een koffievlek op een vergadertafel die een camera om 12:00 registreert, en om 16:00 na de schoonmaakronde niet meer. Is het misschien een idee voor VSR om kwaliteitsmetingen gebaseerd op AI als standaard voor de markt te ontwikkelen?

    Generatieverschil
    Volgens ChatGPT is AI dus veelbelovend voor de schoonmaakbranche. Ik merk aan mezelf dat ik soms, terecht of onterecht, nog wat terughoudend ben in de heilige graal die AI wordt genoemd. Ligt dat dan aan mij als generatie X of hebben alle generaties dit?

    Ik ben zo benieuwd naar jouw visie en ideeën op AI en hoe dit wat jou betreft invloed heeft of gaat hebben op de schoonmaakmarkt. Laat het in de comments weten! Ik wil namelijk graag bijblijven en ervan leren. Het omarmen in plaats van wegduwen. Want één ding is zeker. AI rukt op en is niet meer weg te denken.

    Diane van Dijk is voorzitter van VSR. In het dagelijks leven is zij Commercieel Directeur bij CSU.

    Iedere maand publiceren wij een blog van een van de bestuursleden van VSR, waarin ze ingaan op een onderwerp rond het thema ‘schoonmaak doe(t) je goed’.

  • Gevouwen microvezeldoek voor reiniging nog steeds uitermate effectief

    Gevouwen microvezeldoek voor reiniging nog steeds uitermate effectief

    Microvezeldoeken
    Het (juiste) gebruik van microvezeldoeken kent veel voordelen. Microvezels verwijderen vuil vollediger en houden het beter vast in vergelijking tot traditionele materialen en het gereinigde oppervlak blijft nagenoeg droog achter. Daarbij is het gebruik van water en reinigingsmiddel veelal niet nodig.

    Vouwmethode
    Voor een optimaal gebruik van microvezeldoeken wordt de zogenoemde vouwmethode geadviseerd. Een (klamvochtige) microvezeldoek wordt hierbij twee of drie keer gevouwen zodat er acht of zestien kanten ontstaan. Op deze manier kan er telkens met een schoon deel van de doek worden gereinigd. Als alle kanten gebruikt zijn, wordt de doek vervangen door een schone doek.

    Doordat de doeken niet meer in een emmer water uitgespoeld worden, blijven vuil en micro-organismen achter in de doek en worden niet via het spoelwater verplaatst naar een ander te reinigen oppervlak. Verspreiding van vuil en micro-organismen wordt verder tegengegaan door te werken van schoon naar vuil en door het wisselen van kant van de doek of de gehele doek per taak.

    Kruisbesmetting
    Uit dit onderzoek blijkt dat er na het schoonmaken van een gecontamineerd oppervlak met gevouwen microvezeldoeken weliswaar sprake is van een reductie van micro-organismen, maar dat micro-organismen ook verspreid worden naar opeenvolgende oppervlakken. Er is dus sprake van kruisbesmetting. Het verspreiden van micro-organismen zou een gevolg kunnen zijn van het steeds opvouwen van de doeken waarbij de micro-organismen via de doek naar de hand(schoenen) overgedragen worden (contact contaminatie) of via overdracht van micro-organismen van vuile naar schone delen van de doek. Hier is het patroon van kruisbesmetting belangrijk bij de duiding van de oorzaak.

    De transmissie is niet overal even groot. Op sommige oppervlakken worden na schoonmaken meer micro-organismen aangetroffen dan op andere. Op oppervlak 12 zijn significant meer micro-organismen gevonden dan op alle andere oppervlakken, met uitzondering van het bevuilde oppervlak (oppervlak 1). Kant 12 is de achterkant van kant 1, wat zou kunnen betekenen dat micro-organismen door de druk van de hand door de verschillende lagen geperst worden. Dit kan ook een verklaring zijn voor de relatief hogere aantallen micro-organismen op oppervlakken 15 en 6. Deze kanten van de gevouwen doek volgen op kant 12. Op kanten 2, 5, 8, 11, 13 en 16 zijn de minste aantallen micro-organismen gevonden.

    Transmissie via de handen en transmissie van een gebruikt, ‘vuil’ vlak naar een tegenoverliggende ongebruikt, ‘schoon’ vlak passen niet bij het gevonden patroon. Doordruk van het eerste vlak naar de achterzijde van dat vlak en verder naar het vlak dat daar weer tegenover ligt is wel in het patroon te zien.

    Verschillende soorten microvezeldoeken en schoon te maken materialen
    Bij het schoonmaken van een vuil oppervlak met een gebreide microvezeldoek, blijven meer micro-organismen achter dan bij het schoonmaken met non-woven doeken. Dit betekent niet dat er bij het schoonmaken met gebreide doeken ook meer micro-organismen verspreid worden. Integendeel; er worden meer micro-organismen verspreid bij het gebruik van de gevouwen non-woven doek met een normale splitsing.

    Het soort schoon te maken materiaal lijkt van invloed te zijn op de verspreiding van micro-organismen. Op porselein worden meer micro-organismen gevonden dan op kunststof en metalen oppervlakken.

    Conclusie
    De conclusie dat er kruisbesmetting plaats vindt naar andere oppervlakken door ongebruikte delen van de doek kan verontrustend over komen. Kan de doek dan wel veilig op deze manier gebruikt worden?

    Hierbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen reinigen, desinfecteren en steriliseren.

    Als reiniging gevraagd wordt is de microvezeldoek (inclusief vouwtechniek) uitermate effectief. In het onderzoek is met een bevochtiging met gedemineraliseerd water een reductie van 99,99% van de microbiële besmetting vastgesteld, in één enkele arbeidsgang. De effectiviteit van de microvezeldoek blijft op dit punt dus indrukwekkend.

    De mate van kruisbesmetting is ook in een orde van grootte dat dit vanuit het oogpunt van reiniging niet problematisch is. In het geval van desinfectie of sterilisatie is reiniging niet meer dan de essentiële voorbereiding van dat proces.

    Tot slot is de uitspraak “laat schoon wat schoon is” ook hier van toepassing. Reiniging van een gedesinfecteerd of steriel oppervlak zal altijd leiden tot een toename van de microbiële belasting op dat oppervlak.

    Download hier het volledige onderzoek:

    Nederlandse versie Kruisbesmetting bij het gebruik van gevouwen microvezeldoeken – VSR-digimagazines

    Nederlandse versie in PDF Kruisbesmetting bij het gebruik van gevouwen microvezeldoeken

    Engelse versie Cross-contamination when using folded microfibre cloths

  • VSR-DKS: Schoonmaakproces monitoren én medewerkers goed ondersteunen

    VSR-DKS: Schoonmaakproces monitoren én medewerkers goed ondersteunen

    Schoonmaakkwaliteit profiteert van gestructureerd proces
    DKS is dus niet bedoeld om de kwaliteit van de schoonmaak of het functioneren van individuele medewerkers te beoordelen. Al zal bij een juiste uitvoering van het DKS de schoonmaakkwaliteit wél profiteren van de regelmatige en structurele aanpak. Het is namelijk ook een hulpmiddel om schoonmaakmedewerkers te coachen in hun werkzaamheden. De objectleider (of voorwerker) voert het DKS uit samen met de schoonmaakmedewerker. Dit kan informatie opleveren die de objectleider gebruikt om de medewerker direct beter te ondersteunen in zijn of haar werk; is er meer of duidelijke instructie nodig, een andere taakverdeling, de inzet van andere materialen en middelen of meer praktijkbegeleiding? Dan kan de medewerker daarmee worden geholpen.

    De oren en ogen van een gebouw
    Wat er ook uit het DKS naar voren kan komen is dat periodiek werk bijvoorbeeld beter vervroegd kan worden. Ook vallen verstoringen, buiten het schoonmaakprogramma, op tijdens de DKS controle, denk aan een deur die niet goed sluit, het vermoeden van ongedierte of een defect apparaat. De schoonmaakmedewerkers en -leiding zijn de oren en ogen van een gebouw.

    Complimentje – kleine moeite, groot gebaar
    Wat wij als VSR vooral belangrijk vinden, is dat dankzij het DKS een medewerker direct gecomplimenteerd wordt met wat goed gaat, of wat extra gecoacht in iets wat minder goed gaat. Zo zorgen we met elkaar voor werkplezier, écht vakmanschap en een blije klant

  • Terugblik VSR-webinar ‘Schoon genoeg van opleiden?’

    Terugblik VSR-webinar ‘Schoon genoeg van opleiden?’

    39 % van de schoonmaakmedewerkers zou niet bereid zijn om nieuwe dingen te leren. Dit bleek uit onderzoek van de Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (hierna: RAS) in 2021. ‘Het is moeilijk te geloven dat medewerkers geen nieuwe dingen zouden willen leren’, aldus VSR-bestuurslid Rita Brouwer bij de introductie van dit onderzoek tijdens het webinar. ‘Daar moet iets achter zitten.’

    Andere cijfers spreken die 39 % bovendien tegen, want een derde van de schoonmakers zegt juist opgeleid te willen worden om een betere functie en een beter salaris te krijgen. 75 % wil zich bovendien persoonlijk ontwikkelen.

    Professionals
    Op donderdag 6 juli bracht VSR de volgende professionals bij elkaar: Peter Bannink (RAS), Marlijn Hoeijmans (Manager Learning & Development bij GOM, hierna: GOM) en Simone van Heck (Commissie Mens en Markt van VSR en eigenaar van Zuiver Schoonmaakopleidingen, hierna: Zuiver).

    Zij gingen in gesprek onder leiding van VSR-voorzitter Diane van Dijk. VSR-bestuurslid Rita Brouwer verzorgde – voorafgaand aan elk thema – de duiding van de inhoud. Ook speelde zij de vragen die tijdens het webinar via de chat binnenkwamen aan de discussietafel door. Dit artikel geeft een indruk van de inhoud.

    De 3 thema’s waren:

    1. Prioriteit en bereidheid tot opleiden
    2. Structuur van opleiden
    3. Belemmeringen en knelpunten

    Thema 1 – Prioriteit en bereidheid tot opleiden
    Brouwer begon kritisch: ‘Welke prioriteit heeft opleiden, als uit het RAS-onderzoek blijkt dat medewerkers al 5 jaar in dienst zijn en 48 % pas dán voor het eerst een basisopleiding volgen?’ Ook opvallend, vindt Brouwer: 97 % van de werkgevers vindt het belangrijk dat opleiden onderdeel is van functioneringsgesprekken. En 63 % van de werkgevers vindt het belangrijk om opfriscursussen uit te breiden. ‘Maar medewerkers die wij hebben gesproken, herkennen dat niet: 87 % van hen weet wel dat er opleidingen zijn, maar het onderwerp wordt volgens hen niet besproken.’

    Diane van Dijk (VSR): ‘Wat is er aan de hand?

    Peter Bannink (RAS): ‘Leidinggevenden hebben vaak geen tijd om gesprekken met medewerkers te voeren. Hun span of control is heel groot. Zeker in de huidige tijd. Er zijn veel zieken waardoor leidinggevenden alleen nog bezig zijn met de dagelijkse gang van zaken: de schoonmaak geregeld krijgen.’

    Van Dijk (VSR): ‘We hebben ook een hoog verloop. Zetten we de deur daar niet voor open als medewerkers geen opleiding krijgen? Worden mensen niet loyaler als ze zich wel kunnen ontwikkelen?’

    Marlijn Hoeijmans (GOM): ‘Zeker weten. Het is niet alleen een diploma, je geeft met een opleiding ook aandacht aan medewerkers. Dat maakt dat mensen meer betrokken zijn bij hun werkgever.’

    Van Dijk (VSR): ‘Ouderen vinden het vaak lastiger om aan een opleiding te beginnen. Hoe gaan jullie daarmee om, gezien de vergrijzing?’

    Simone van Heck (Zuiver): ‘Als medewerkers eenmaal zijn gestart aan een opleiding, dan vinden ze het juist erg leuk. Het vergroot de binding met collega’s en met je werk. Mensen kunnen beter in ontwikkeling blijven, dan is de opleidingsdrempel lager.’

    Van Dijk (VSR): ‘Het is wel belangrijk dat de inhoud van de opleiding aansluit bij de praktijk. Op dit moment wijkt de basisvakopleiding in sommige situaties daarvan af. Moet – om de bereidheid tot opleiden omhoog te krijgen – de basisvakopleiding niet aangepast worden?’

    Bannink (RAS): ‘Het is niet motiverend voor medewerkers als zij na de opleiding op de werkvloer komen en er dan wordt gezegd: leuk die opleiding, maar ga nu maar weer gewoon aan het werk. En ze het geleerde niet in de praktijk kunnen brengen. Ik vind daarom dat leidinggevenden de opleiding ook moeten volgen, zodat zij daarna – aangepast op de praktijk – sturing kunnen geven.’

    Thema 2 – Structuur van de opleiding
    Rita Brouwer leidt het tweede thema in met enkele randvoorwaarden rondom opleiden, zoals de locatie, de opzet (klassikaal of on the job) en het examen. Brouwer vraagt zich af of deze voorwaarden wel voldoende zijn afgestemd op de doelgroep.

    Van Dijk (VSR): ‘Met andere woorden: kennen wij onze mensen wel goed genoeg?’

    Van Heck (Zuiver): ‘Wij halen de drempel om een opleiding te volgen naar beneden door zoveel mogelijk lessen op de locaties te geven. Dit kan niet met alle opleidingen, maar wel met de basisopleiding.’

    Hoeijmans (GOM): ‘Opleiden op locatie is ook belangrijk om ervoor te zorgen dat het geleerde past bij de praktijk. Het komt voor dat medewerkers merken: leuk wat ik heb geleerd, maar zo werkt het niet op mijn locatie. Door op locatie te trainen, maak je het onderdeel van de dagelijkse praktijk.’

    Bannink (RAS) vindt dat ook de structuur beter aangesloten moet worden op cursisten: ‘Je ziet vaak dat trainers beginnen met de theorie, dan volgt de praktijk en daarna gaan ze oefenen. Maar waarom zit de theorie aan de voorkant?’

    Van Dijk (VSR): ‘Wat ik veel hoor in de markt: eigenlijk is de basisvakopleiding gericht op het behalen van het examen en niet op vak zelf.’

    Bannink (RAS): ‘Wat ik zorgelijk aan het examen vind, is dat er strijd is tussen opleiders. Ze maken de basisvakopleiding zo kort, en dus zo goedkoop, mogelijk. Deze aanpak is gericht op het halen van het examen, maar het examen is een middel en geen doel.’

    Van Heck (Zuiver): ‘In mijn ogen kan de opleiding niet korter. Dan doe je de kwaliteit van je lessen tekort. De trainer moet in kunnen spelen op alle cursisten. Stel dat er 8 mensen aan de training deelnemen, en bij sommigen gaat het moeiteloos en de ander vindt het moeilijk. Dan moet de trainer aan die persoon extra aandacht kunnen geven. En niet zeggen: kijk thuis nog maar even een instructiefilmpje.’

    Van Dijk (VSR): ‘Wordt al gekeken naar hoe je het examen op een andere manier kan afnemen?’

    Hoeijmans (GOM): ‘Wij zijn het examen aan het herzien: hoe kunnen we dat meer bij de praktijk laten aansluiten? Een oudere medewerker kan al zenuwachtig worden van het woord ‘examen’, terwijl als diegene het in de praktijk kan laten zien, dan neem je die zenuwen weg.’

    Thema 3 – Belemmeringen en knelpunten
    Brouwer vertelt dat de belemmeringen en knelpunten om een opleiding te volgen, per medewerker nogal kunnen verschillen. Belemmeringen die in het onderzoek volgens haar veel terugkomen zijn: taalbarrière, laaggeletterdheid, sociale vaardigheden, en: te oud om te leren.

    Van Dijk (VSR): ‘Om met de belemmering ‘taal’ te beginnen; moeten we de eisen rondom het taalniveau niet helemaal loslaten?’

    Van Heck (Zuiver): ‘Voor de basisvakopleiding ben ik daar groot voorstander van. Die is verplicht en moet binnen bepaalde tijd afgerond zijn, terwijl het leren van de Nederlandse taal langer duurt.’

    Bannink (RAS): ‘Voor de examens is de Nederlandse taal ook geen eis. We gebruiken een vertaalapp en een tolk.’

    Van Heck (Zuiver): ‘Wat mij betreft zijn de Nederlandse taal en digitale vaardigheden de speerpunten, naast de basisvakopleiding. Aan digitale vaardigheden hebben medewerkers thuis ook iets, zoals om te kunnen internetbankieren. Het maakt mensen zelfredzaam. Medewerkers voelen zich daardoor beter en dan is er minder ziekteverzuim.’

    Van Dijk (VSR): ‘Hebben we voldoende in de gaten dat ook andere vaardigheden onze medewerkers helpen?’

    Hoeijmans (GOM): ‘Ik geloof dat elke cursus een medewerker verder kan helpen. Financiële vaardigheden zijn belangrijk, je rijbewijs halen, en waarom geen cursus pottenbakken – als iemand daar gelukkig van wordt, en dan super gelukkig naar zijn werk komt?’

    Bannink (RAS): ‘Je zou met iedere medewerker dat individuele gesprek aan moeten gaan.’

    Van Dijk (VSR): ‘Via de chat geven luisteraars aan dat voor zzp’ers nog een andere beperking geldt: kosten.’

    Van Heck (Zuiver): ‘Daar is weinig aan te doen. De vergoedingen die werkgevers per persoon krijgen, zijn voor medewerkers over wie wordt afgedragen. En dat gebeurt over zzp’ers niet. Dus die moeten opleidingskosten zelf betalen. Wel zijn die kosten fiscaal aftrekbaar.’

    Van Dijk (VSR): ‘Zijn medewerkers voldoende op de hoogte van de opleidingsmogelijkheden? Niet alleen in het vak zelf, maar ook daarbuiten.’

    Bannink (RAS): ‘Er is geen formele opleidingsstructuur, dat maakt het lastig. Wel kun je bij de eerste ontvangst van medewerkers een heleboel uitleggen over de mogelijkheden. Dat is ook in het voordeel van de werkgever.’

    Van Heck (Zuiver): ‘Ik zie vooral veel aandacht van bedrijven gaan naar: hoe kom ik aan medewerkers? Terwijl mijn indruk is dat de bedrijven die dat iets minder doen, en meer aandacht besteden aan: hoe houd ik mijn medewerker binnen en hoe zorg ik ervoor dat ze zich prettig voelen, meer personeel hebben dan degenen die alleen maar aan het werven zijn.’

    Van Dijk (VSR) besluit: ‘De bereidheid om opleidingen te volgen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling is ruimschoots aanwezig: 75 %. En 95 % van de werkgevers wil opleiden. Mijn oproep zou zijn: ken je medewerker. Dat zou voor veel van onze uitdagingen weleens een van de oplossingen kunnen zijn.’

    Onderstaand kun je het webinar ‘Schoon genoeg van opleiden?’ terugkijken.